In het begin telde het bedrijf een vijftigtal koeien, ongeveer 450.000 liter melk en een vleesafdeling met stieren. Na het einde van de melkquota is de melkproductie geleidelijk gestegen. Vaarzen namen stap voor stap de plaats in van de stieren in de stallen, tot de volledige stopzetting van die tak eind 2019. Vanaf 2020 zette het bedrijf een eerste belangrijke stap met de productie vabn ongeveer 1 miljoen liter melk.
De tweede grote ommekeer kwam in september 2024 met de ingebruikname van melkrobots. Sindsdien is de vooruitgang duidelijk. De productie, die voordien rond 35 tot 36 kg melk per koe per dag bleef hangen, is in stappen gestegen: 39 kg, vervolgens 41 tot 44 kg in 2025, en vandaag ongeveer 46 tot 47 kg. Cyril ziet nog steeds groeimarge, maar met een duidelijke visie: meer produceren heeft alleen zin als de marge volgt.
De kerncijfers: het bedrijf is gestegen van ongeveer 35 kg melk per koe vóór robotisering naar 46–47 kg per koe per dag, terwijl de veestapel rond 115 tot 120 melkkoeien behouden blijft om het systeem optimaal te benutten.
Het doel is niet “meer melk produceren om meer melk te produceren”, maar het inkomen verbeteren.
Wat vooral opvalt in de aanpak van Cyril is zijn zeer pragmatische visie op prestaties. Het doel is niet “meer melk produceren om meer melk te produceren”, maar het inkomen verbeteren. Samen met zijn nutritionist volgt hij nauwgezet de voermarge om te controleren of elke investering in voer daadwerkelijk leidt tot een economische en productieve meerwaarde.
Deze logica bepaalt de technische keuzes. Het rantsoen is opgebouwd rond kwalitatief ruwvoer, een nauwkeurig afgestemde krachtvoeding aan de robot en een nauwkeurige opvolging van de dieren. Wanneer een koe een hoger productieniveau bereikt, kan haar bijvoeding met maximaal 300 g worden verhoogd. Omgekeerd worden dalingen bewust geleidelijker toegepast, met een maximumverlaging van 100 g, om koeien die slechts tijdelijk minder presteren niet te benadelen.
De robotisering heeft het melkritme veranderd. Waar koeien vroeger beperkt waren tot twee melkbeurten per dag in een klassieke melkstal, gaan ze nu gemiddeld 2,5 tot 3 keer per dag door de robot. De beste koeien kunnen zo hun genetisch potentieel beter benutten en productiepieken bereiken die vroeger moeilijk haalbaar waren.
De melkkwaliteit blijft onder controle. Het celgetal schommelt doorgaans tussen 120.000 en 150.000 cellen. De eerste drie maanden waren gevoeliger, met de stress van de opstart en enkele mastitisgevallen, maar daarna stabiliseerde de situatie. De gehalten zijn licht gedaald door het hogere volume, wat logisch is, maar de totale productie van melkbestanddelen is hoger dan in het systeem met melkstal.
Het succes van het project is ook te danken aan de stalindeling. Cyril koos ervoor om een uitbreiding te bouwen die volledig gericht is op de robots, in plaats van het bestaande gebouw zwaar aan te passen. Hierdoor bleven de verstoringen voor de dieren tijdens de werken beperkt en kon een efficiënte sorteerzone worden geïntegreerd.
De sorteerzone omvat twaalf ligboxen en een kleine strobox voor koeien die extra opvolging nodig hebben. Vaarsen en pas gekalfde koeien verblijven er meestal 7 tot 10 dagen om te leren omgaan met de robot. Deze zone vergemakkelijkt ook klauwverzorging, droogzetten, isolatie van zieke dieren of het opvolgen van kwetsbare koeien.
Voor de robotzone is een roostervloer van ongeveer 50 m² aangelegd, samen met extra drinkpunten om koeien te stimuleren naar de robots te gaan. Een deel van de drinkbakken in deze zone wordt gevoed met water uit de melkvoorkoeler, wat de wateropname stimuleert. Deze zone wordt zeer intensief gebruikt, waardoor er in dit deel van de stal meer voer wordt verstrekt dan in de zones verder van de robots.
Een belangrijke les is de voorbereiding van de koeien vóór de opstart. Gedurende meerdere weken werden de robots gebruikt als voerautomaat voordat ze effectief begonnen te melken. Hierdoor gingen de dieren op dag één al spontaan de robots binnen.
Volgens Cyril is deze gewenningsperiode essentieel. Hij acht minstens drie weken noodzakelijk, zo niet onmisbaar. Dit vermindert stress, creëert routine en vergemakkelijkt de eerste dagen van robotmelken aanzienlijk.
Vaste melktijden verdwijnen, weekends worden makkelijker te organiseren en de werkbelasting wordt anders verdeeld.
De robotisering heeft het werk veel flexibeler gemaakt. Vaste melktijden verdwijnen, weekends worden makkelijker te organiseren en de werkbelasting wordt anders verdeeld. Toch verdwijnt het werk niet; het verandert.
Elke ochtend start Cyril met het bekijken van de schermen: koeien met vertraging, waarschuwingen, geleidbaarheid, productie, aantal melkbeurten en gemiddelde passages. Data wordt een belangrijk stuurinstrument voor het koppelbeheer. Het laat toe snel dieren te identificeren die extra aandacht nodig hebben, productiedalingen op te merken of koeien te detecteren die mogelijk moeten worden afgevoerd.
Met apparatuur die 24/7 draait, is de nabijheid van de onderhoudspartner en BouMatic-dealer Loire Bretagne Elevage essentieel. Cyril benadrukt dit punt: het familiebedrijf dat instaat voor onderhoud ligt in de buurt en kan snel tussenkomen. Volgens hem is die reactietijd een essentieel onderdeel van de betrouwbaarheid van het systeem.
Het onderhoud wordt over het jaar ingepland. Waar mogelijk worden interventies robot per robot gepland, over twee afzonderlijke ochtenden, om te vermijden dat de volledige melkcapaciteit stilvalt. Opnieuw is het doel eenvoudig: het ritme van de veestapel behouden en achterstanden vermijden.
Dit verhaal toont aan dat prestaties niet enkel voortkomen uit de aankoop van robots. Ze zijn het resultaat van een samenhangend systeem:
In enkele jaren tijd heeft Cyril zijn bedrijf ontwikkeld tot een meer gespecialiseerd, productiever en flexibeler systeem. Maar zijn aanpak blijft evenwichtig: technologie is een hefboom, geen doel op zich. Echte prestaties worden gemeten aan de hand van efficiënter produceren, het behouden van balans in de veestapel en het verbeteren van het bedrijfsinkomen.